Van feestelijk tot comfort food, pasteitjes passen altijd. Deze pasteitjes zijn snel en makkelijk te maken en geschikt als snack of als lunchgerecht. Als je de vulling een dag van tevoren maakt staan ze helemaal rap op tafel en dat maakt ze bijzonder geschikt voor als je bezoek hebt. Ik gebruik voor deze pasteitjes geen eigen specerijenmengsel maar een kerriepoeder uit de Surinaamse toko. Citroengras en gember maken de vulling wat frisser en voor de pit voeg ik birambisambal toe, die ook vervangen kan worden door een andere Surinaamse sambal of gewoon sambal oelek.
Het kerriepoeder dat ik meestal in huis heb is Hindoestaanse Massala van H. Nandan. Het is een milde kerrie met een licht zoete, kruidige smaak die ook gebruikt wordt voor het maken van kerrieaardappelen bij de roti. Je kan natuurlijk ook een ander kerriepoeder gebruiken, kies dan wel een milde hindoestaanse massala, een specifiek kruidenmengsel uit de Surinaamse keuken dat iets heel anders is dan Indiase garam massala.
Voor 16 tot 20 pasteitjes
1 blik linzen (420 gram, uitgelekt 265 gram)
1 grote ui
1 rode paprika
250 g champignons
1 el zonnebloemolie
150 g seitan
30 gr havermout
3 el bloem
1 el mild hindoestaans kerriepoeder
1 tl citroengraspoeder
1 el geraspte gember
sambal naar smaak
2 pakjes bladerdeeg
5 el plantaardige melk (of zoveel als nodig is om alle pasteitjes in te smeren)
4 el maanzaad
Eventueel een pasteivorm
- Maak de ui, de paprika en de champignons schoon. Snipper de ui en snijd de champignons en de paprika in kleine stukjes.
- Verhit de olie en bak de ui tot die begint te kleuren. Voeg vervolgens champignons, paprika, kerriepoeder, citroengraspoeder en gember toe en bak alles tot het meeste vocht dat de champignons loslaten verdampt is.
- Snijd de seitan in kleine stukjes en laat de linzen uitlekken. Roer de seitan en linzen, samen met de havermout en het bloem door het ui-champignonmengsel. Het moet goed samenhangen: als het te vochtig is kan je nog wat extra bloem toevoegen. Voeg sambal naar smaak toe.
- Verhit de oven voor op 180°C
- Laat telkens drie of vier plakjes bladerdeeg ontdooien, afhankelijk van hoe snel je werkt. Als de plakjes niet genoeg ontdooid zijn, kan je ze niet dichtvouwen zonder breken, maar als ze te ver ontdooid zijn wordt het werken moeilijk, doordat ze aan je vingers blijven plakken.
- Leg in het midden van elk bladerdeegplakje ongeveer 40 gram vulling en vouw het diagonaal dicht. Vouw de onderste rand een klein stukje over de bovenste heen en druk aan met een vork zodat de pasteitjes niet gaan lekken tijdens het bakken. Of gebruik een pasteivorm, zoals ik deed.
- Smeer de pasteitjes in met de melk, bestrooi met maanzaad en bak ze in het midden van de oven in 20 minuten mooi bruin en gaar.